Reactie plaatsen 
 
Waardering:
  • 0 stemmen - gemiddelde waardering: 0
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Episode 1
15-Mar-2009, 16:00
Bericht: #1
Episode 1
.
EERSTE KENNISMAKING MET BALI

Eindelijk is het dan zover. De dag van het door mij zo verlangde vertrek naar Bali is, na een turbulente voorafgaande episode in Nederland, dan eindelijk aangebroken. Gepakt met een volle koffer en gezakt met wat handbagage reis ik met de trein naar Amsterdam Schiphol, waar ik met een Boeing 747 van Garuda naar het exotische Singapore zal vliegen - een vlucht die ongeveer twaalf uur zal gaan duren en waarbij grotendeels gedurende de nacht wordt gevlogen. In Singapore heb ik vervolgens een uur de tijd om over te stappen op een ander toestel dat me naar Jakarta op Java gaat brengen en vandaar naar het bij Kuta in Zuid Bali gelegen vliegveld Ngurah Rai Denpasar op Bali, waar ik in de loop van morgenmiddag zal arriveren.

Tijdens de vlucht van Jakarta naar Denpasar beleef ik vanuit de lucht mijn eerste blik op Bali. Ik zie een wazige, heiige kuststrook met een dunne, onderbroken witte band daar waar de golven van de Indische Oceaan breken op rotsige kuststroken en op de koraalriffen die voor de stranden van Bali liggen, en daar weer achter de vage, bruin-groen getinte kleuren van het binnenland, met een reeks boven een band van witte cumuluswolken uitstekende bergtoppen. Het handige Bali reisgidsje dat ik op Schiphol heb gekocht, vertelt me dat deze tot een vulkanische bergketen behoren die Bali van Oost naar West doorsnijdt. Op Bali zijn de meeste vulkanen echter uitgewerkt, zo lees ik, en vertonen alleen de Batur en de Agung vulkaan nog leven; deze worden gerekend tot de zogenaamde ‘slapende' vulkanen, met een laatste uitbarsting in 1963 (Agung) en in 1994 (Batur).

[Afbeelding: episode001-01.jpg]

Het toestel begint de landing in te zetten en de kustlijn onder me wordt steeds duidelijker, steeds gedetailleerder. De oceaan toont nu ribbelige linten van golfkoppen, waartussen prauwen van Indonesische vissers zichtbaar zijn. Vlak voor de landing kan ik zelf de vissers in hun bootjes onderscheiden. “Cabin crew, take your position”, klink opeens de stem van de co-piloot door de luidsprekers. Dan, een lichte schok. De banden van het toestel raken het beton van de landingsbaan en met een oorverdovend geraas van de motoren mindert het toestel haar vaart, om tenslotte langzaam uit te rollen naar de haar toegewezen parkeerplek, vlak bij de tempel van het vliegveld, waar een aantal bussen reeds klaar staan om de passagiers naar de aankomst terminal te vervoeren.

Zodra ik de geairconditioneerde atmosfeer van het vliegtuig verlaat en de aangerolde trap afloop, op weg naar de wachtende bussen, manifesteert de vochtig-warme lucht van Bali zich met een dun, glinsterend laagje zweet dat zich in no-time op mijn blote huid afzet. Ik voel me heerlijk!

De rijen voor de immigratie balies zijn lang, evenals de tijd die verstrijkt voordat ik aan de beurt ben om een stempel in mijn paspoort te mogen ontvangen. Na een oponthoud van ruim een uur wachten voor die immigratie balies kan ik dan eindelijk doorlopen naar een ruimte met lopende banden, waar de koffers inmiddels al zijn gearriveerd. Daarna passeer ik vlotjes de douane en loop ik in de richting van de uitgang van de terminal. Achter het glas van enkele ruimtes die er als kantoortjes uitzien, zie ik wonderschone Indonesische meisjes zitten die me, zodra we oogcontact hebben gemaakt,  met knipogen en armzwaaien enthousiast begroeten. Ik twijfel even en kijk achterom, dan weer terug naar die dames. Opnieuw dat gezwaai in mijn richting. Zouden ze echt mij bedoelen? Nog maar net op Bali en dan al gelijk contact met zulke schoonheden? Ik kan het gewoon niet geloven. Ik wik en weeg even, en besluit er dan op af te stappen - wat heb ik te verliezen? Ik stap op de in mijn ogen mooiste dame af. Ze begroet me met een, “Hello, dollar?” Opeens bekruipt me het idee dat het helemaal geen kantoortjes zijn, maar wellicht een Indonesische versie van de walletjes. Zouden het soms dames van lichte zeden zijn? “Hello, hello, you have dollar?”, vraagt de dame weer. Ik kijk even om me heen, buig me dan naar het glas toe en fluister, “How much?” De dame wijst naar een zwart bord dat achter haar tegen de muur hangt en zegt, “One dollar, 8000 rupiah sir”. Ik kijk naar het bord dat ze aanwijst en mijn hoofd wordt rood: een geldwisselkantoortje! Ik zeg “Sorry”, draai me opgelaten om en loop dan vlug door naar de uitgang, op zoek naar het door mijn reisbureau geregelde transport naar het Sol Lovina Hotel in Noord Bali.

Achter de dranghekken die rondom de uitgang van de aankomst terminal staan opgesteld, verdringen zich een honderdtal kleurrijke personen, hoofdzakelijk van Balinese afkomst, die daar staan te wachten op arriverende passagiers. Velen van hen zijn gekleed in traditionele kledij, compleet met een sarong en een hoofdband. De meesten van hen houden een bordje of een met de hand geschreven stuk papier boven hun hoofd, waarop de naam van een passagier of dat van een reisbureau leesbaar is. Mijn ogen dwalen van links naar rechts en weer terug over die haag van mensen, de bordjes en stukken papier lezend, totdat ik de naam van mij reisbureau op een ervan ontwaar. Even later meld ik me bij de Balinees die dat bordje boven zijn hoofd omhoog houdt. Hij heet me in het Engels hartelijk welkom op Bali, vertelt me dat hij Ketut heet en deelt me vervolgens mee dat er nog twee passagiers moeten arriveren die voor het Sol Lovina Hotel hebben geboekt. Na een minuut of tien melden ook deze twee passagiers zich, een jong echtpaar, en gezamelijk lopen we naar het busje dat ons naar ons hotel in Noord Bali zal vervoeren.

Onderweg passeren we afwisselend wat kleine dorpjes, rijstvelden en plantages, waarbij de goede asfaltweg die we volgen langzaam maar zeker boven zeeniveau stijgt. Ik geniet van alles wat ik onderweg zie – de warungs, de rommelige winkeltjes, de mensen die ik er op straat zie, de groene verkeersborden, de rijstvelden en de grijzige bergen die zich op de achtergrond bevinden, en ik heb daarbij het ongewone gevoel dat ik thuisgekomen ben. Merkwaardig, omdat het reisgidsje schrijft dat de meeste toeristen die Bali c.q. zuid-oost Azie voor het eerst bezoeken, last hebben van een zogenaamde ‘culture-shock', veroorzaakt door de nieuwe omgeving die enorm verschilt met die we in het Westen gewoon zijn, een nieuwe omgeving met totaal andere elementen, een omgeving die rommelig is, die ongekende armoede toont, die je als het ware in zekere mate zal desorienteren. Ik voel me echter allerminst gedesorienteerd, integendeel, ik voel me hier op een onbegrijpelijke manier gewoon volkomen thuis!

Na zo'n twee uur rijden bereiken we een groot meer in de bergen. Ketut vertelt ons dat dit het Beratan meer is, gelegen bij het bergdorp Bedugul. Daarna stijgt de weg plotseling sterk en we rijden we door een stukje regenwoud, met zo nu en dan een schitterend uitzicht op een andere meer, waarvan Ketut ons vertelt dat dit het Buyan meer is. Langs de door het regenwoud stijgende weg zitten hele troepen kleine, grijze aapjes. Dan bereiken we de pas van Wanigiri, het hoogste punt van de weg, waarna de lange, bochtige afdaling naar de noordkust wordt ingezet. Tijdens de afdaling hebben we zo nu en dan een prachtig vergezicht over het kustgebied en kunnen we in de verte de oude stad Singaraja al zien liggen. De schemering heeft zich inmiddels ingezet en hier en daar beginnen reeds lichtjes te pinkelen, zowel van sterren in de donker kleurende lucht boven ons als van huisjes in de wijdse vallei daar beneden die hun lichten beginnen te ontsteken.

Rond zeven uur arriveren we dan uiteindelijk bij ons hotel in Lovina. Het busje draait van de hoofdweg af en rijdt dan door een imposant uitziende, grijsstenen poort door, die Ketut een ‘candi' noemt. We volgen een oprijlaan die ongeveer een kilometer lang is en uiteindelijk stop het busje voor de ingang van het hotel om ons uit te laten stappen. Enkele piccolo's staan reeds klaar om zich over onze bagage te ontfermen. Dan lopen we een brede, korte trap op en bevinden we ons in de wijdse open ruimte van de receptie van het hotel. Onder het genot van een heerlijk koel, tropisch welkomstdrankje schrijven we ons eerst in aan de lange balie van de receptie, waarna we de sleutel van onze kamers ontvangen. Daarna volg ik de piccolo die mijn koffers op een trolley voor zich uit duwt naar mijn kamer, nummer 171 volgens het koperen plaatje dat op de houten bal van de sleutelhanger is bevestigd. De piccolo ontsluit de deur van mijn kamer en plaatst mijn koffer en handbagage langs de muur tegenover het riante bed. Na hem een tip gegeven te hebben, zucht ik even diep. Ik ben eindelijk gearriveerd en heb nog een hele vakantie voor me. Heerlijk!

Ik fris me op in de douche en verkleed me, om daarna mijn kamer weer te verlaten, op zoek naar de het restaurant c.q. de bar van het hotel, om daar lekker nog wat te drinken en te eten alvorens te gaan slapen. Het is inmiddels volkomen donker maar gelukkig is de tropische tuin van het hotel goed verlicht. De tuin van het hotel is groot en ik ken er de weg nog niet. In de verte hoor ik het zachte geruis van golven en ik weet dat zich daar ergens het zwembad en het restaurant van het hotel moeten bevinden, grenzend aan het stand. Ik begeef me dus op weg, in de richting van het geruis dat ik hoor. Na een paar keer verkeerd te zijn gelopen, vind ik dan uiteindelijk het restaurant. Ik ga er aan de bar zitten en bestel een pizza met een heerlijk koud flesje Bintang bier. Met volle teugen geniet ik van mijn eerste maaltijd op Bali.

Het is tien uur als ik uitgegeten ben. In het restaurant is het stil en ik besluit om terug te gaan naar mijn kamer. De reis was lang en best wel vermoeiend, en ik verlang er nu naar om lekker te gaan slapen. Hopelijk lukt het me om morgen vroeg op te staan zodat ik voor het ontbijt eerst heerlijk in het zwembad wat baantjes kan gaan trekken.

Ik kruip tussen de koele lakens en knip het licht uit.

(wordt vervolgd)

Alle berichten van deze gebruiker zoeken
Reageren op dit bericht
Reactie plaatsen 


Ga naar locatie: